Landbouw in een nieuw economisch model

erik de keulenaar

In een recente aflevering van het programma Tegenlicht legt de Nederlandse architect Thomas Rau zijn idee uit voor een nieuwe economie waarin mensen niet langer producten bezitten maar ze alleen gebruiken (bekijk hier de samenvatting). Het eigendom van de producten blijft bij de producent waardoor die moet zorgen dat zijn producten zo lang mogelijk meegaan en het zo goed mogelijk doen qua prestaties en energieverbruik. In debatcentrum de Pletterij in Haarlem vond een Tegenlicht MeetUp plaats waarin we met verschillende sprekers het nieuwe economische model van Thomas Rau bespraken (de avond is hier terug te kijken)

Bij Platform Haarlem Groener zijn we erg geïnteresseerd in hoe mensen in nieuwe economische systemen omgaan met voedsel en landbouw. Iemand die daar alles van weet is Erik de Keulenaar. Erik is tuinder bij de Nieuwe Akker, een biologische zelfoogst tuinderij in Haarlem met drie locaties en meer dan 700 deelnemers. Erik kon helaas niet bij de MeetUp in de Pletterij zijn, dus zochten wij hem op om in een interview te vertellen wat zijn visie is op ‘Het einde van Bezit’.


Kan je iets vertellen over jouw persoonlijke achtergrond?

Ik ben al mijn hele leven een soort maatschappelijk ondernemer. Ik ben altijd in het sociaal domeinen aan de onderkant van de maatschappij bezig geweest met concreet werk zoals met vluchtelingen, in de zorg en met een kringloopbedrijf. Ik had niet kunnen bevroeden dat ik ooit in de landbouw terecht kon komen maar doordat de deeltijdopleiding biologische landbouw bestaat (aan de Warmonderhof, red.) heb ik die omscholing kunnen combineren met mijn werk en gezinsleven. Ik ben dus niet zomaar gaan moestuinieren en ik ben ook in zoverre ondernemer dat ik vind dat een project loon-vormend moet zijn en subsidie-onafhankelijk. Maar het moet niet gaan om winst maken en wel om de bredere maatschappelijke impact. Ik ben nu de trekker van De Nieuwe Akker en ik werk met veel vrijwilligers en een brede doelgroep. Ik praat hier snel in de wij-vorm want ik voel me echt onderdeel van een community. Ik ben ook niet de visionair, dat doen we een groot deel samen.

Hoe sluit wat jullie bij de Nieuwe Akker doen aan op de Tegenlicht aflevering Einde van Bezit?

Thomas Rau zegt: we willen niet bezitten, we willen toegang hebben en gebruiken. We de lusten en niet de lasten. Daarmee schuift hij het bezit af naar de producenten, en daar is ook wat voor te zeggen, zoals in zijn voorbeeld van Philips (je wil niet de lamp hebben, je wil licht hebben). Daarmee leg je ook de verantwoordelijkheid, van hoe de lamp gebouwd wordt en hoe hij is, bij de producent. Is dit in de landbouw dan ook zo? Nee, daar maken we nu eigenlijk juist een tegengestelde beweging. Na de Tweede Wereldoorlog is de landbouw een enorme vlucht gaan nemen omdat mensen geen hongersnood meer wilden. Het is steeds massaler en groter geworden met steeds hogere productie. De consument heeft dat overgelaten aan de producenten: de boeren. Mensen hadden dus ook geen binding meer met het platteland en ook niet meer de verantwoordelijkheid. Albert Heijn zorgt voor jouw voedsel. Mensen wilden hoeveelheden en geen schaarste meer. Of de tomaten ook lekker smaakten dat was niet meer van belang want je gooide er gewoon een maggi-blokje bij. Dus de voedingsmiddelen industrie vierde hoogtij met allerlei pakjes en smaakstoffen en toevoegmiddeltjes. Het is ook niet meer herkenbaar voedsel want wat zit er in een maggi-blokje? Dan moet je al de kleine lettertjes lezen…

Wat er volgens mij de laatste 10-20 jaar al aan de hand is het volgende. Door voedselschandalen en doordat mensen supermarkteten niet meer gezond vinden, willen mensen weer de eigen verantwoordelijkheid hebben. Ze willen zien waar het voedsel vandaan komt. En een bepaalde groep, zoals onze klanten, die willen zelfs meedoen. Ze zijn bereid hun steentje bij te dragen aan de productie en daar de zorg en mede-verantwoordelijkheid voor te nemen. En dat besef van mensen groeit alleen maar. We willen dat het eerlijk geproduceerd is: biologisch verantwoord en dat de boer een eerlijke prijs krijgt. Daar spelen wij op in.

Hoe doe je dat biologische dan? Wij kiezen voor een heel open bedrijfssysteem en willen juist dat de consument mede-producent wordt. Een co-producent. Ze gaan echt een samenwerking aan met mij als boer en dragen mede-verantwoordelijk doordat ze aan het begin van het seizoen al meebetalen aan de hele oogst. Ze hebben ook inspraak in het teeltplan en een beetje in de organisatievorm. We doen meer dan alleen groenten telen, we zijn ook zorgboerderijen en leveren aan de voedselbank. Het gaat ook over de maatschappelijke impact van het bedrijf. Mensen gaan veel verder nadenken, niet alleen over een portie groenten maar ook wat doet het voor de omgeving en wat doet het voor de community.

Jullie project is kleinschalig en transparant. Hoe denk je over de grotere productieketens in de biologische landbouw?

Ik heb niet de illusie dat je met dit soort kleinschalige projecten iedereen kan voeden. Dus de grote bulk biologische producten wordt ergens op een landbouwgebied geproduceerd. Zolang het voldoet aan de keurmerk eisen moet zo’n bedrijf in ieder geval voldoen aan die strenge regels van hoe ze het produceren. Dat is je enige garantie en waarborg. Maar het probleem is: zodra het in de supermarkt ligt, bepaalt de boer niet meer maar de supermarkt zelf. Er is geen enkele garantie voor eerlijke prijsvorming. Heel veel boeren hebben daar problemen mee. Als er in de Flevopolder prachtige biologische wortelen worden geteeld, maar de AH diezelfde wortelen in Duitsland goedkoper kan krijgen, dan stappen ze net zo makkelijk over naar Duitsland. En op de verpakking staat niet hoeveel voedselkilometers er gemaakt zijn en wat dat doet voor de CO2 uitstoot. Dus boeren worden steeds onder druk gezet door die prijsvorming, dat is de macht van de markt.

Wij als klein initiatief propageren de CSA, Community Supported Agriculture, in Nederland. Dan haal je die marktfactor en de transportkilometers eruit. We zijn nu nog maar klein maar ook wij hebben dit idee niet zelf verzonnen maar gepikt uit Amerika. Daar speelt dit al 20 jaar en zijn duizenden CSA bedrijven op grote schaal. Die zijn ook ons voorbeeld, wij zijn wel kleinschalig maar je kan dit ook grootschalig doen. Je kan prima in de Flevopolder al je groenten telen en dan de stad Zwolle bevoorraden. Dan moet wel op een andere manier het land worden ingedeeld. Wij hebben nu een overdaad aan koeien rondlopen. Dat zorgt voor een gigantische veestapel en al dat voedsel kunnen we niet eens op. De melkplassen gaan allemaal naar China. We hebben veel te veel van dat en heel veel groenten importeren we uit Verwegistan. Dat klopt natuurlijk niet.

Bezit gaat natuurlijk ook over bezit van de aarde. Klopt het dat de biologisch-dynamische landbouw de mens vooral ziet als rentmeester van de aarde in plaats van almachtig bezitter?

Dat klopt. De biologische landbouw bestaat al lang, maar je ziet in deze tijd steeds meer familiebedrijven omschakelen van gangbare landbouw naar biologische. De grond is dan al in eigendom van de familie. Maar er zijn veel meer nieuwe bedrijven die nog geen bezit hadden en grond is bijna onbetaalbaar in Nederland. Je zit dus met het gegeven dat grond verwerven in eigendom voor nieuwe jonge boeren bijna niet meer te doen is. Er zijn wel constructies in opkomst van crowdfunding tot fondsen die helpen om grond aan te kopen. Die grond blijft dan in een fonds zitten en wordt verpacht aan boeren. Wij zitten ook op pachtgrond. Maar die pachtgrond is altijd gehouden aan een overeenkomst van een paar jaar. Dan kan die stoppen en kan de eigenaar andere plannen hebben en moet je eraf. Juist omdat het bij biologische grond jaren duurt om die grond optimaal te krijgen, vormt het wel een groot risico. Wij willen ook het liefst onder een stichting grond aankopen met crowdfunding of geleend geld of een financieel zoeken. Zodat je voor de lange termijn die grond veilig stelt voor de biologische landbouw. Zover zijn we nog niet maar dat komt ook doordat in deze regio van Haarlem de grond echt schrikbarend duur is, dat is in het buitengebied veel makkelijker.

Het idee is dus dat de gebruiker de rentmeester van de grond is. Je moet niet speculeren met gronden want grond kan in die zin eigenlijk geen bezit zijn. Je kan het wel bestemmen. Een bestemmingsplan is prima want je stelt daarmee ook de beperkte grond in Nederland beschikbaar voor een doel. Dat doel is het belangrijkste en niet of je daar later heel veel geld aan kan verdienen, dat moet eigenlijk niet de constructie zijn.

Welke mogelijkheden zie jij voor samenwerking met gemeentes als het op grond aankomt? Hoe lijkt het je als we terug gaan naar het idee van ‘The Commons’, dus de grond van de gemeente is echt van alle bewoners en zij bepalen direct wat ermee gebeurd.

Dat zou heel goed zijn. Ze kennen het begrip van erfpacht. Dat doen ze ook wel met landbouwgronden. Maar ik heb het idee dat de gemeente nog niet het nieuwe inzicht heeft om daar ook echt energie in te stoppen. Ze laten soms gronden maar liggen in afwachting van… ja wat eigenlijk, dat er ooit wel op gebouwd mag worden. Het schijnt ook erg ingewikkelde materie te zijn. Provinciaal heb je ook speciale fondsen maar dat gaat vaak om natuurontwikkeling, dus het omzetten van oude agrarische gronden naar natuurgronden. Maar ook die gelden zijn de afgelopen tien jaar vooral kleiner geworden dus ook daar is de armslag eraf en gebeurt er niet zoveel in. In Haarlem in het westelijk tuinbouwgebied waar wij ook grond hebben, zijn gronden aangekocht voor natuurontwikkeling maar vervolgens was het geld op en wordt de grond toch weer verpacht aan de bollenboer. Dan is er dus wel geld uitgegeven maar niets bereikt.

Hoe is de Nieuwe Akker eigenlijk ontstaan?

De Nieuwe Akker is opgericht door consumenten, dat is vrij uniek. Vanuit de biologische sector is het al langer zo dat er boeren zijn die een klantengroep gaan vormen. In Haarlem was het een groep consumenten die een lezing bij hadden gewoond over CSA en zelf een initiatief zijn gestart en daar een boer bij hebben gezocht. De consumenten willen dus meer de beleving van ‘terug naar het platteland’, dat zijn we met zijn allen behoorlijk kwijt geraakt. Mensen vinden dat ook een nieuwe vorm van positief leven, je verbindt je weer aan het voedsel en neemt kinderen mee het land op om te helpen aardappelen oogsten of wortels uit de grond trekken. Dat educatieve vinden mensen heel belangrijk, de bewustwording. Mensen willen ook weer positief met hun omgeving bezig zijn. Wij zien het bijna als een soort dorpsgevoel dat weer terug komt. Vroeger als er geoogst moest worden in het dorp dan werd iedereen opgetrommeld. Wij doen hetzelfde met de pompoen-oogst, dan gaat er een mail uit en komen 100 mensen helpen sjouwen. Daarna eten we met zijn allen soep en drinken een glaasje op de oogst. Dat zijn we eigenlijk kwijt geraakt terwijl het wel appelleert aan een gemeenschapsgevoel.

Door betrokken te zijn bij de landbouw komen mensen weer tot rust. Ze vinden het heerlijk om naast een drukke baan een paar uurtjes soms heel dom onkruid staan te wieden. Helemaal geen eervol werk maar gewoon betrokken zijn bij het grote resultaat. Het gaat om blijdschap, verwondering, voldoening, ervaring opdoen, zorg voor elkaar en zorg voor de natuur. De vrijwilligers zijn eerst los zand maar door samen te werken opstaan vriendschappen, misschien ook huwelijken waar kinderen van komen. Als er nu iemand ziek is dan wordt er even gebeld: ‘we hebben je gemist op het land, is er iets, ben je ziek?’

De circulaire economie is ook een onderdeel van ons bedrijfsconcept. Wij praten over oogstaandeelhouders. Dat aandeelhouderschap is dus niet gebaseerd op het maken van winst maar op zorgen voor duurzame lange termijn gezondheid en welbevinden. We hebben geen contracten met onze klanten maar een overeenkomst dat ze zoveel betalen en recht hebben op zoveel oogst. Het is puur gebaseerd op vertrouwen. Dat zijn we ook kwijt geraakt door de banken, crisis en door het gebrek aan contact. Geld dat je verdiend stort je op een rekening bij een bank waarvan je hoop dat het allemaal goed gaat. Bij ons gaat het direct van consument naar producent. Je ziet wat ermee gebeurd, wij leggen verantwoording af en hebben transparantie in de boekhouding. We laten zien hoeveel ik verdien maar ook hoe het bedrijf ervoor staat.

En dat werkt dus ook? Of zijn er ook af en toe mensen die zeggen, nou ik had wel wat meer wortels verwacht deze week.

Ja dat gebeurt ook. We hebben zoveel klanten dus er zijn ook allerlei verschillende geluiden. We doen enquêtes om terugkoppeling te krijgen. Er wordt heus weleens gemopperd op iets en er vallen ook weleens klanten af die zeggen het voldoet niet aan wat ik wil. Dat is logisch. Daar proberen we dan wel weer verbetering in te krijgen. Vaak is het toch als je het kan uitleggen en zegt, er kwam ineens wortelvlieg en dan is het over met de oogst. Dan snappen mensen het en dan hebben ze opeens weer begrip van ‘he ja vandaar dat we geen wortelen meer hebben’ of ‘oh we kunnen niet in de winter sperzieboontjes eten’. Dat is ook besef van de seizoenen, dat groenten niet het hele jaar door groeien in Nederland.

Sommige mensen zien het misschien als dat ze iets moeten opgeven omdat ze geen aardbeien meer in december kunnen eten. Maar jij zegt dus ze krijgen daar een wezenlijke menselijke beleving voor terug die ze zijn kwijtgeraakt in de normale economie.

Ja, dat duurt soms even voordat mensen dat beseffen. Dat moet je misschien ook uitleggen van ‘ja jullie hebben vandaag wel wat geleerd’. Nu ga je geen aardbeien in december eten maar staat aardpeer op het menu. Aardpeer, aardpeer wat is dat nou weer. Oké dan doen we een recept erbij. Het is een heel andere manier van denken.

Hoe gaan jullie om met de spullen die jullie hier gebruiken? Denken jullie daar ook over na op een bepaalde manier?

Als we iets met grondbewerking moeten doen dan proberen we dat zo efficiënt mogelijk en zo kort mogelijk te doen. Maar op de buitenteelt werken we toch nog wel veel met een tractor, anders krijgen we dat niet gedaan met zoveel verschillende gewassen en het onkruid onder de duim houden. Dus dat is wel een spanningsveld. Het liefst zou je dat steeds minder doen. Waar het kan doen we met de hand, zoveel mogelijk met handmachientjes en handkracht. Ik ben nu bezig met dat we misschien met paarden gaan werken, dus ook maar weer de paarden inzetten op het land. We hebben nu een paard daarvoor en die kunnen we gaan trainen. Langzaam die stapjes. We weten niet hoe de toekomst eruit gaat zien, maar dat de fossiele brandstoffen op zijn straks weten we. Op onze schaal zou je best wel veel werk weer met paardenkrachten kunnen doen. Paarden die daar echt voor geschikt zijn die vinden dat ook fijn om te doen, het is geen straf voor een paard als je goed met ze omgaat en dan hebben we geen olie meer nodig, daarvoor althans.

Zie je ook mogelijkheden om naast groenten en fruit ook granen lokaal te verbouwen?

Voor granen heb je best wel veel oppervlakte nodig. Dat is hier schaars maar in de Flevopolder zijn ook graanboeren die spelt aan het verbouwen zijn en Groningen was de graanschuur van Nederland. In Haarlem kan je brood kopen bij de Zandhaas, die kopen vooral Nederlands graan in. Wij gebruiken wel granen en gerst als grondverbetering, dat je de grond niet braak laat liggen in de winter maar gerst of winterrogge inzaait. Dat is goed voor het bodemleven maar te weinig om te oogsten. Dus dat kunnen wij nu niet.

Fosfaat (een onderdeel van kunstmest) is een van de eerste grondstoffen die op gaat raken. Jij zegt dus eigenlijk: wij hebben een manier van landbouw waarbij we die kunstmest überhaupt niet nodig hebben.

Inderdaad dat gebruiken we niet. We gebruiken wel dierlijke mest en hebben koeien nodig voor productie van mest. Dat is onze grondstof die we toevoegen aan de bodem. Een zekere veestapel is ook niet slecht. Maar houd het dan wel maatwerk. Dat je kijkt voor de productie van voedsel voor een stad, hoeveel koeien je dan nodig hebt voor de mest en hoeveel voer hebben die koeien dan weer nodig om te eten en hoeveel kunnen we daar van telen. We halen nu biologische mest bij een biologisch composteerbedrijf met veehouderij. Dat zit bij Weesp in de buurt, maar dichter in de buurt zit er niets. Dus het is een beetje uit nood. We kunnen geen eigen vee houden want dat mag niet van het bestemmingsplan. De westkant van Haarlem is tuinbouwgebied en de Oostkant veehouderij gebied. Daar zitten wel een paar veehouders die biologisch zijn maar regels en mestwetten maken het nu moeilijk om mest uit te wisselen. Terwijl de wil er wel is, strandt het nu op bureaucratie. Dus ook daar moeten stapjes in gezet worden.

Wat zijn de toekomstplannen van de Nieuwe Akker?

De Nieuwe Akker is nog steeds in ontwikkeling, nog steeds niet af. We willen meer met educatie gaan doen, meer promotie maken en proeverijen houden. We zien steeds meer dat mensen niet weten wat ze kunnen met bijzondere en vergeten groenten. Proeverijen en kookworkshops zijn daar een goede oplossing voor.

Ik zou het mooi vinden als rondom Haarlem allemaal biologische boerenbedrijven komen die ook samenwerken zodat je een breed palet krijgt. Als je iets niet op je eigen land kan, dan kijk je waar je het kan uitwisselen. Het zou mooi zijn als die samenwerking voor steeds meer bestaande boeren een kans is om hun bedrijf weer goed in te richten. De kringloop creëer je dan rond de stad, een soort zelfvoorzienende voedselvoorziening voor Haarlem. En als Haarlem dat kan, dan moeten andere steden natuurlijk volgen.